Het recht van kinderen om gehoord te worden en te participeren bij beslissingen die hen aangaan, zoals dat is vastgelegd in artikel 12 van het VN‐Kinderrechtenverdrag, moet in situaties waar minderjarigen te maken krijgen met jeugdhulp in vrijwillig of gedwongen kader worden nageleefd.


Het is echter de vraag of dit wel gebeurt en hoe dit het beste zou kunnen gebeuren. In dit onderzoek staat dan ook de vraag centraal op welke momenten en in hoeverre kinderen kunnen participeren in beslissingen die genomen worden gedurende het jeugdhulpverleningstraject. Met het beantwoorden van deze vraag wordt beoogd om de naleving van het recht van het kind om gehoord te worden te inventariseren in de Nederlandse jeugdhulp‐ en jeugdbeschermingspraktijk. Tevens wordt in kaart
gebracht op welke momenten kinderen zouden moeten kunnen participeren.

Gerelateerde documenten