Project een paar nachtjes in de cel

 

Een ‘paar nachtjes’ in de cel

Het VN-Kinderrechtenverdrag en het voorarrest van minderjarigen in politiecellen.

In 2010 werden bijna 50.000 minderjarige verdachten verhoord door de politie. Ruim 9.000 minderjarigen werden vervolgens door de politie in verzekering gesteld en verbleven een nachtje of langer in de politiecel. Via de Kinderrechtenhelpdesk van Defence for Children kwamen in 2008 en 2009 een aantal zorgelijke signalen binnen over het verblijf van minderjarige verdachten op het politiebureau. Kinderen, hun ouders, advocaten en hulpverleners meldden klachten over de wijze waarop er met minderjarigen in politiecellen wordt omgegaan. Defence for Children maakte zich naar aanleiding van het hoge aantal minderjarigen dat jaarlijks in een politiecel zit en de verschillende klachten, zorgen over de vraag of de rechten van minderjarigen voldoende werden nageleefd.

Met behulp van financiering van Stichting Steunfonds Pro Juventute is onderzoek gedaan naar de vraag of de Nederlandse wet, het beleid en de praktijk in overeenstemming zijn met het VN-Kinderrechtenverdrag. In het kader van het onderzoek zijn ruim twintig interviews gehouden met professionals en kinderen, zijn internationale regelingen vergeleken met nationale wetgeving  en beleidsregels, zijn cijfers opgevraagd en geanalyseerd en is informatie opgevraagd bij de Commissies voor de Politieklachten en de Commissies van Toezicht op de Politiecellen. Tevens is een vergelijking gemaakt met vier andere Europese landen (Duitsland, België, United Kingdom en Finland).

Uit het onderzoekrapport blijkt dat de Nederlandse wet- en regelgeving, het beleid en de praktijk ten aanzien van het voorarrest van minderjarige verdachten niet voldoet aan de vereisten van het VN-Kinderrechtenverdrag. Nederland schiet tekort in het bieden van garanties voor een kindgerichte behandeling van minderjarigen in politiecellen.  Enkele conclusies zijn: De behandeling van minderjarigen in politiecellen nauwelijks  verschilt van de aanpak van volwassenen; de periode die minderjarigen in de politiecel (negen of zestien dagen afhankelijk van de leeftijd) mogen doorbrengen is zeker gekeken naar het buitenland te lang;  minderjarigen ontvangen onvoldoende informatie over hun rechten; er zijn te weinig alternatieven voor opsluiting;  het opsporingsbelang weegt zwaarder dan het belang van het kind en er is onvoldoende toezicht. Tevens blijkt dat  relevante cijfers ontbreken ten aanzien van de situatie van minderjarigen in politiecellen. Belangrijk is dat meer (politie)mensen die  met minderjarige verdachten werken daarvoor speciaal worden opgeleid. Op basis van de onderzoeksresultaten doet Defence for Children aanbevelingen voor het opstellen van een kindgericht beleid. Het doel is om zo de rechtspositie van minderjarigen in de eerste fase van het strafproces te verbeteren.

Het onderzoeksrapport is op 8 september 2011 aangeboden aan de voorzitter van het Landelijk Overleg Jeugdcriminaliteit, mw. L. Dubbelman. Tevens is voor het eerste kwartaal in 2012 een debat aangevraagd in de Tweede Kamer door Kamerlid Recourt (PvdA).

Meer informatie bij Defence for Children.

Gerelateerde documenten